In 2026 betaalt u 35,75% inkomstenbelasting over inkomen tot €38.883 (box 1, schijf 1) en 37,56% over inkomen tot €78.426. Daarboven geldt 49,50%. Het heffingsvrij vermogen in box 3 bedraagt €59.357 per persoon. Uw aangifte over 2025 moest vóór 1 mei 2026 worden ingediend — uitstel levert u tot 1 september 2026.
Wat is inkomstenbelasting en wie betaalt het?
Inkomstenbelasting is de belasting die u betaalt over uw inkomen. In Nederland geldt een boxensysteem: elk type inkomen valt in een aparte box met eigen tarieven. Box 1 omvat inkomen uit werk en eigen woning, box 2 inkomsten uit aanmerkelijk belang (zoals dividenden van uw eigen bv), en box 3 het vermogensrendement op sparen en beleggen.
Wie betaalt inkomstenbelasting in 2026?
Bijna iedereen die in Nederland woont en inkomen ontvangt, betaalt inkomstenbelasting. Maar de situatie verschilt per groep:
- Werknemers betalen via de loonheffing al elke maand een voorschot. Bij de jaarlijkse aangifte verrekent de Belastingdienst dit met het werkelijke bedrag — u ontvangt een teruggaaf of betaalt bij.
- ZZP'ers en freelancers betalen geen loonheffing vooraf. Zij doen aangifte op basis van hun jaarwinst en kunnen een voorlopige aanslag aanvragen om grote naheffingen te vermijden.
- DGA's (directeur-grootaandeelhouders) krijgen te maken met zowel box 1 (hun gebruikelijk loon) als box 2 (dividend en aanmerkelijk belang). Dat vraagt om een specifieke strategie; zie ook DGA-salaris 2026: gebruikelijk loon en de mix met dividend.
- Gepensioneerden betalen inkomstenbelasting over AOW, pensioen en eventuele lijfrente-uitkeringen. Zij profiteren van een lager tarief in schijf 1, omdat zij geen AOW-premie meer afdragen (17,85% in plaats van 35,75%).
- Studenten en bijverdieners met een laag inkomen komen vaak in aanmerking voor maximale heffingskortingen, waardoor zij weinig of geen belasting betalen.
Box 1: belastingschijven en tarieven 2026
Box 1 kent in 2026 drie schijven. Het tarief in de eerste schijf bestaat uit twee delen: inkomstenbelasting (8,10%) én premies volksverzekeringen (27,65%), samen 35,75%. Vanaf de tweede schijf betaalt u alleen inkomstenbelasting — de premies volksverzekeringen worden alleen geheven over inkomen in de eerste schijf.
| Schijf | Inkomen | Tarief | Opbouw |
|---|---|---|---|
| Schijf 1 | Tot €38.883 | 35,75% | 8,10% IB + 27,65% premie |
| Schijf 2 | €38.883 – €78.426 | 37,56% | Alleen inkomstenbelasting |
| Schijf 3 | Boven €78.426 | 49,50% | Alleen inkomstenbelasting |
AOW-gerechtigden (67 jaar en ouder) betalen in schijf 1 slechts 17,85%, omdat zij geen AOW-premie meer afdragen.
Vergelijking 2025 versus 2026
Ten opzichte van 2025 zijn de schijfgrenzen verhoogd en de tarieven licht aangepast. De eerste schijfgrens steeg van €38.441 naar €38.883. Dat klinkt bescheiden, maar voor iemand met een modaal inkomen scheelt dit een paar tientjes per jaar aan belasting.
| Schijf | Grens 2025 | Tarief 2025 | Grens 2026 | Tarief 2026 |
|---|---|---|---|---|
| Schijf 1 | Tot €38.441 | 35,82% | Tot €38.883 | 35,75% |
| Schijf 2 | €38.441 – €76.817 | 37,48% | €38.883 – €78.426 | 37,56% |
| Schijf 3 | Boven €76.817 | 49,50% | Boven €78.426 | 49,50% |
Opvallend: het toptarief van 49,50% blijft ongewijzigd, maar de grens waarop het ingaat schuift op van €76.817 naar €78.426. Dat geeft iedereen met een inkomen tussen die twee bedragen een klein voordeel.
Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang
Heeft u minimaal 5% van de aandelen in een bv of nv? Dan valt uw dividend en de winst bij verkoop van die aandelen in box 2. In 2026 gelden twee tarieven:
- 24,50% over de eerste €68.843
- 31% over het meerdere boven €68.843
Voor DGA's die een gebruikelijk loon ontvangen én dividend uitkeren, is de optimale verdeling tussen loon (box 1) en dividend (box 2) een centrale belastingplanning-vraag. Rekenvoorbeelden daarvoor staan in ons overzicht DGA-salaris 2026.
Box 3: vermogensrendementsheffing 2026
Box 3 is in 2026 nog steeds in beweging. De Belastingdienst werkt naar een stelsel op basis van werkelijk rendement toe, maar voor 2026 geldt nog een overgangssysteem met forfaitaire percentages — tenzij uw werkelijke rendement lager is (tegenbewijsregeling).
- Heffingsvrij vermogen: €59.357 per persoon (fiscale partners: €118.714 samen)
- Tarief: 36% over het belastbaar voordeel uit sparen en beleggen
- Fictief rendement overige bezittingen: 7,78% (aanzienlijk hoger dan in 2025)
Heeft u een lager werkelijk rendement dan het forfait? Dan kunt u via de tegenbewijsregeling uw werkelijke rendement opgeven. Dat kan interessant zijn als uw spaargeld weinig rente oplevert.
Heffingskortingen 2026
Heffingskortingen verlagen direct uw te betalen belasting — niet uw belastbaar inkomen. Elke euro korting is een euro minder belasting. De twee belangrijkste kortingen zijn:
Algemene heffingskorting (AHK)
De maximale algemene heffingskorting bedraagt in 2026 €3.115. Deze korting bouwt af vanaf een verzamelinkomen van €29.736 met een percentage van 6,398%. Bij een inkomen van €78.426 of hoger is de korting volledig afgebouwd naar €0.
Nieuw in 2025 (en dus ook in 2026): de AHK is niet langer afhankelijk van alleen uw box 1-inkomen, maar van het totale verzamelinkomen (box 1 + box 2 + box 3 samen). Dat kan nadelig uitpakken als u naast uw loon ook vermogen of aanmerkelijk belang heeft.
Arbeidskorting
De arbeidskorting is uitsluitend bedoeld voor mensen met inkomen uit werk — niet voor gepensioneerden. De maximale arbeidskorting in 2026 is €5.685. De korting bouwt af vanaf een arbeidsinkomen van €45.592, met een afbouwpercentage van 6,51%. Meer details en een rekentool vindt u op arbeidskorting berekenen.
Overige heffingskortingen
Naast de twee grote kortingen bestaan er ook:
- Inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK): voor werkende ouders met kinderen onder de 12 jaar
- Jonggehandicaptenkorting (Wajong): voor mensen met een Wajong-uitkering
- Ouderenkorting: voor AOW-gerechtigden met een lager inkomen
- Alleenstaande ouderenkorting: voor AOW-gerechtigden zonder partner
Aftrekposten: uw belastbaar inkomen verlagen
Aftrekposten verlagen uw belastbaar inkomen in box 1. Hoe hoger uw tarief, hoe meer een aftrekpost oplevert — al geldt er een beperking: aftrekposten bij een inkomen boven €38.883 worden afgetrokken tegen maximaal het schijf 2-tarief (37,56%), niet tegen 49,50%.
De meest gebruikte aftrekposten:
- Hypotheekrenteaftrek: rente over uw eigen woning (alleen nog bij hypotheken die voor 2013 zijn afgesloten of volledig worden afgelost)
- Lijfrentepremies: premies voor een lijfrenteverzekering of banksparen, als u een pensioentekort heeft
- Zorgkosten: specifieke zorgkosten die boven een drempelbedrag uitkomen
- Giften: giften aan ANBI-instellingen zijn aftrekbaar boven een drempel van 1% van het verzamelinkomen (minimaal €60). Periodieke giften via een notariële akte zijn volledig aftrekbaar zonder drempel.
- Studiekosten (scholingsuitgaven): vervallen per 2022; het STAP-budget is inmiddels ook afgeschaft
Belasting besparen: 5 legale tips voor 2026
1. Maximaliseer uw pensioenaanvulling via lijfrente
Als u een pensioentekort heeft, mag u lijfrentepremies aftrekken van uw box 1-inkomen. Voor 2026 is de maximale jaarruimte afhankelijk van uw inkomen en opgebouwde pensioenrechten. Bij een inkomen van €60.000 en weinig pensioenopbouw kan de aftrek oplopen tot duizenden euro's — en dat levert bij het 37,56%-tarief direct een belastingbesparing op.
2. Houd uw box 3-vermogen onder het heffingsvrij vermogen
Heeft u een partner? Dan is uw gecombineerde heffingsvrij vermogen €118.714. Door vermogen slim te verdelen tussen partners kunt u belasting in box 3 volledig vermijden. Vergeet ook niet dat uw schulden (boven de drempel) uw belastbaar vermogen verlagen.
3. Doe periodieke giften via een overeenkomst
Een eenmalige gift aan een goed doel is aftrekbaar, maar alleen boven een drempel. Een periodieke gift (via een notariële of onderhandse akte voor minimaal 5 jaar) is wél volledig aftrekbaar — ook de eerste euro. Dat scheelt bij een gift van €1.000 per jaar al snel €376 aan belasting (bij 37,56% tarief).
4. Vraag een voorlopige aanslag aan als ZZP'er
Als zelfstandige kunt u een voorlopige aanslag aanvragen, zodat u de belasting gespreid betaalt in plaats van alles in één keer achteraf. Dit voorkomt een grote naheffing én onaangename verrassingen. Meer over de voorbereiding leest u bij belastingaangifte voorbereiden.
5. Profiteer van de tegenbewijsregeling in box 3
Heeft u voornamelijk spaargeld dat nauwelijks rente oplevert? Dan is uw werkelijke rendement waarschijnlijk lager dan het forfaitaire percentage van 7,78% dat de Belastingdienst hanteert voor overige bezittingen. Via de tegenbewijsregeling geeft u uw werkelijke rendement op en betaalt u alleen dáárover belasting.
Rekenvoorbeelden inkomstenbelasting 2026
Voorbeeld 1: Werknemer met €45.000 bruto inkomen
Over de eerste €38.883 betaalt u 35,75% = €13.901. Over het resterende deel (€45.000 − €38.883 = €6.117) betaalt u 37,56% = €2.298. Subtotaal: €16.199. Na aftrek van arbeidskorting (€5.685) en algemene heffingskorting (geschat €2.200 na afbouw) betaalt u netto circa €8.314 belasting — een effectief tarief van ongeveer 18,5%.
Voorbeeld 2: ZZP'er met wisselend inkomen
Een freelancer met €28.000 winst betaalt 35,75% over zijn volledige inkomen = €10.010 aan belasting voor kortingen. Na maximale arbeidskorting (€5.685) en volledige AHK (€3.115) resteert circa €1.210 — een effectief tarief van amper 4,3%. De zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling verlagen bovendien de winst waarover belasting wordt berekend.
Aangifte inkomstenbelasting: deadlines 2026
Uw aangifte over het belastingjaar 2025 moest vóór 1 mei 2026 worden ingediend. Heeft u dit niet gehaald? U kunt uitstel aanvragen; bij uitstel heeft u tot 1 september 2026. De Belastingdienst stuurt doorgaans binnen drie maanden na ontvangst van uw aangifte een definitieve aanslag.
Wilt u een teruggaaf zo snel mogelijk ontvangen? Dien uw aangifte dan zo vroeg mogelijk in — vanaf 1 maart kunt u aangifte doen over het voorgaande jaar. Meer hulp bij uw voorbereiding vindt u via belastingaangifte berekening voorbereiden.
Box 3 in 2026: wat verandert er?
Box 3 is al jaren onderwerp van discussie na het Kerstarrest van de Hoge Raad (december 2021), waarbij de forfaitaire heffing in strijd met het eigendomsrecht werd geacht. De overheid werkt sindsdien aan een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement, maar de invoering is meerdere keren uitgesteld. Voor 2026 geldt nog een tussenoplossing met hogere fictieve rendementen én de tegenbewijsregeling als vangnet.
Er wordt gewerkt aan definitieve wetgeving die naar verwachting per 2027 of 2028 in werking treedt. Tot die tijd blijft de huidige hybride aanpak van kracht.