Btw-regelingen vergelijken: overzicht van alle 11 regelingen en welke voor u geldt

Een bijzondere btw-regeling is een afwijking van de standaardmanier waarop u btw berekent en afdraagt. Normaal rekent u 21% of 9% btw over de volledige verkoopprijs en draagt u dat bedrag af aan de Belastingdienst. Bij een bijzondere regeling wordt die btw in plaats daarvan berekend over een winstmarge, verlegd naar uw afnemer, op 0% gezet, in een ander land teruggevraagd, of helemaal niet geheven. In Nederland bestaan elf van dit soort regelingen naast elkaar, elk met eigen voorwaarden en een eigen vakje op de aangifte. Verkoopt u tweedehands spullen, factureert u een klant in Duitsland, blijft uw omzet onder de drempel, of verhuurt u een bedrijfspand? Dan is de kans groot dat een van de regelingen hieronder op u van toepassing is — en dat u die nu mist.

Waarom bestaan er elf losse btw-regelingen naast elkaar?

De Wet op de omzetbelasting 1968 is geschreven voor de standaardsituatie: een Nederlandse ondernemer verkoopt aan een Nederlandse klant, rekent btw en draagt die af. Zodra er een landsgrens, een tussenhandelaar, een foutje in een oude aangifte of een specifieke sector zoals onderwijs of vastgoed bij komt, past die standaardsituatie niet meer. Voor elk van die afwijkingen is in de loop der jaren een eigen regeling bijgekomen, soms vanuit Europese btw-richtlijnen, soms vanuit fraudebestrijding zoals de verlegging in de bouw, soms puur uit praktisch gemak zoals het eenloketsysteem voor webshops. Het gevolg: elf regelingen die elkaar zelden overlappen, maar die stuk voor stuk alleen gelden als u aan specifieke voorwaarden voldoet. Dit overzicht zet ze naast elkaar — gebaseerd op het officiële overzicht bijzondere regelingen van de Belastingdienst — zodat u in twee minuten weet welke relevant is voor uw bedrijf. Daarna klikt u door naar de uitgebreide pagina met voorwaarden, rekenvoorbeelden en de precieze aangiftevakjes.

Grofweg vallen de elf regelingen in drie groepen. De eerste groep speelt bij grensoverschrijdende handel: intracommunautaire leveringen, het nultarief bij export, de OSS-regeling en de teruggave van buitenlandse btw. De tweede groep is sectorspecifiek of hangt af van de aard van de goederen: de margeregeling voor tweedehands spullen, de verleggingsregeling in de bouw, btw bij vastgoedtransacties, de onderwijsvrijstelling en de aftrek bij gemengd gebruik. De derde groep is administratief van aard en staat los van uw sector: de kleineondernemersregeling voor wie onder de omzetgrens blijft, en suppletie voor wie achteraf een fout moet rechtzetten. Die indeling is handig om te onthouden: begint uw vraag met "ik werk over de grens", dan zoekt u in de eerste groep; begint ze met "ik zit in een specifieke branche", dan in de tweede.

De 11 btw-regelingen op een rij

Onderstaande tabel geeft per regeling de kernvraag "voor wie" en het effect op de btw-aangifte. Voor de volledige voorwaarden, drempelbedragen en rekenvoorbeelden verwijst elke rij naar de uitgebreide pagina.

RegelingVoor wieEffect op de btwMeer weten
MargeregelingHandelaren die tweedehands goederen inkopen bij particulieren of vrijgestelde verkopers (auto's, fietsen, meubels, antiek)Btw alleen over de winstmarge (verkoopprijs min inkoopprijs), niet over de volledige omzetMargeregeling
VerleggingsregelingOnderaannemers in de bouw en afnemers van diensten van buitenlandse ondernemersDe afnemer berekent en geeft de btw zelf aan, de leverancier factureert met "btw verlegd"Verlegging
Intracommunautaire leveringenBedrijven die goederen leveren aan of inkopen bij btw-ondernemers in andere EU-landen0% btw bij levering (met geldig btw-id van de afnemer en bewijs van vervoer), verplichte ICP-opgaafIntracommunautair
Kleineondernemersregeling (KOR)Ondernemers met een jaaromzet tot en met €20.000 (in 2026)Volledige vrijstelling van btw: geen btw op facturen, meestal geen periodieke aangifte, maar ook geen recht op aftrek van voorbelastingKOR
Nultarief bij exportExporteurs van goederen naar landen buiten de EU0% btw op de uitvoer, wel verplicht aangeven in de aangifte, onderbouwd met exportdocumentenNultarief export
SuppletieOndernemers die achteraf een fout ontdekken in een eerder ingediende btw-aangifteCorrectie via het suppletieformulier (verschil boven €1.000) of via de volgende aangifte (tot €1.000)Suppletie
Teruggave buitenlandse btwOndernemers die btw betaalden over kosten in een ander EU-land (beurzen, hotels, brandstof)Teruggave via een digitaal verzoek bij de eigen Belastingdienst, die het doorstuurt naar het buitenlandRestitutie buitenland
Btw bij vastgoedtransactiesVerkopers en verhuurders van bedrijfsmatig vastgoedVerhuur is in principe vrijgesteld, maar huurder en verhuurder kunnen samen opteren voor belaste verhuurVastgoedtransacties
Aftrek bij gemengd gebruikOndernemers die een pand, auto of andere investering zowel zakelijk als privé, of zowel belast als vrijgesteld, gebruikenAftrek van voorbelasting naar verhouding: pro rata op omzet, of op werkelijk gebruik als dat nauwkeuriger isGemengd gebruik
One Stop Shop (OSS)Webshops en dienstverleners die goederen of digitale diensten verkopen aan particulieren in andere EU-landenBoven de gecombineerde drempel van €10.000 per jaar geeft u alle buitenlandse btw aan via één kwartaalaangifteOSS e-commerce
OnderwijsvrijstellingErkende onderwijsinstellingen en aanbieders van wettelijk erkend onderwijsVrijstelling van btw op lesgeld en nauw verwante diensten, maar ook geen aftrek van voorbelastingOnderwijsvrijstelling

Welke btw-regeling geldt waarschijnlijk voor u?

Herkent u uw situatie in de tabel hierboven niet meteen? Loop dan de onderstaande lijst langs: die vertaalt elke regeling naar de concrete situatie waarin ondernemers er meestal tegenaan lopen.

  • U koopt tweedehands auto's, fietsen of meubels in bij particulieren en verkoopt ze door: dan geldt waarschijnlijk de margeregeling.
  • U werkt als onderaannemer in de bouw, of koopt een dienst in bij een buitenlandse ondernemer zonder Nederlandse registratie: dan geldt waarschijnlijk de verleggingsregeling.
  • U levert goederen aan, of koopt goederen in bij, een btw-ondernemer in een ander EU-land: dan gaat het om een intracommunautaire levering of verwerving.
  • Uw jaaromzet blijft onder de €20.000 en u wilt geen btw-administratie voeren: dan komt u mogelijk in aanmerking voor de kleineondernemersregeling.
  • U verstuurt goederen naar een klant buiten de EU: dan geldt het nultarief bij export.
  • U ontdekt een fout in een btw-aangifte die u al heeft ingediend: gebruik dan suppletie om te corrigeren.
  • U betaalde btw op een beurs, hotel of brandstof in een ander EU-land: vraag die btw terug via teruggave buitenlandse btw.
  • U verkoopt of verhuurt een bedrijfspand: check de regels rond btw en vastgoed.
  • U gebruikt een pand, auto of apparaat deels zakelijk en deels privé, of deels voor belaste en deels voor vrijgestelde omzet: dan speelt aftrek bij gemengd gebruik.
  • U verkoopt via een webshop aan particulieren in meerdere EU-landen: boven de drempel geldt de One Stop Shop-regeling.
  • U verzorgt wettelijk erkend onderwijs of bent een erkende onderwijsinstelling: dan is de onderwijsvrijstelling aan de orde.

Btw op goederen versus btw op diensten: let op het verschil

Een deel van de verwarring rond deze regelingen komt doordat goederen en diensten andere btw-regels volgen. De margeregeling, het nultarief bij export en de intracommunautaire levering gaan over fysieke goederen die een grens of een eigenaarswisseling oversteken. De verleggingsregeling en de teruggave van buitenlandse btw spelen juist minstens zo vaak bij diensten: een Poolse onderaannemer die metselwerk uitvoert, of een adviseur die factureert aan een Duits bedrijf. De OSS-regeling is de uitzondering die beide werelden combineert: ze geldt zowel voor afstandsverkopen van goederen aan consumenten als voor digitale diensten zoals e-learning of streaming. Weet u niet zeker of uw prestatie een levering of een dienst is, dan is dat vaak het eerste dat u moet vaststellen voordat u kunt bepalen welke regeling van toepassing is.

Kunt u met meerdere regelingen tegelijk te maken krijgen?

Ja, en dat gebeurt vaker dan ondernemers verwachten. Een fietsenwinkel die onder de margeregeling tweedehands fietsen verkoopt aan Nederlandse klanten, kan via een webshop ook nieuwe fietsen verzenden naar particulieren in Duitsland. Zodra die grensoverschrijdende verkopen samen met eventuele digitale diensten boven de €10.000 per jaar uitkomen, komt de OSS-regeling erbij, los van de margeregeling op de tweedehands voorraad. Een bouwbedrijf dat binnenlands onder de verleggingsregeling werkt voor een hoofdaannemer, kan voor een project in België weer te maken krijgen met intracommunautaire regels voor het materiaal dat het meeneemt. En een taalschool die onder de onderwijsvrijstelling valt, maar een deel van het pand belast verhuurt aan een extern bedrijf, combineert de onderwijsvrijstelling met de keuzeregels bij vastgoed. Ook een zzp'er die als adviseur in Nederland werkt onder de kleineondernemersregeling, maar incidenteel een opdracht factureert aan een Belgisch bedrijf, krijgt voor die ene factuur met de verleggingsregeling voor diensten te maken, terwijl de KOR op de rest van de omzet van toepassing blijft. Dit zijn geen uitzonderingen: zodra een bedrijf groeit of over de grens gaat werken, is het de regel dat er meer dan een regeling naast elkaar bestaat.

Veelgemaakte vergissingen bij het kiezen van de juiste regeling

De meeste correcties die achteraf nodig zijn, ontstaan niet omdat een ondernemer de regels niet kent, maar omdat een detail over het hoofd wordt gezien. Bij de KOR wordt de omzetgrens van €20.000 soms verward met winst, of wordt vrijgestelde omzet vergeten mee te tellen. Bij intracommunautaire leveringen wordt het 0%-tarief correct toegepast, maar blijft de verplichte ICP-opgaaf liggen, wat alsnog tot een naheffing kan leiden. Bij suppletie wordt de termijn verkeerd gerekend: sinds 1 januari 2025 moet u een fout binnen acht weken na ontdekking melden, niet acht weken na de oorspronkelijke aangifte. Bij de OSS-drempel wordt vaak alleen naar de omzet van het lopende jaar gekeken, terwijl de drempel van €10.000 de optelsom is van het huidige en het voorgaande kalenderjaar, en van alle EU-landen samen — de precieze berekening staat toegelicht op de btw-pagina over e-commerce in de EU van de KVK. En bij vastgoed wordt de optie voor belaste verhuur mondeling afgesproken in plaats van vastgelegd in het huurcontract of via een apart verzoek aan de Belastingdienst, waardoor de aftrek van voorbelasting later wordt afgewezen. En bij gemengd gebruik wordt vaak standaard de pro-rata methode op omzetbasis toegepast, terwijl werkelijk gebruik in sommige situaties voordeliger is, maar dan moet u dat wel aantoonbaar maken en kunt u niet achteraf tussen beide methodes wisselen voor dezelfde investering.

Van regeling naar aangifte: de laatste stappen

Weten welke regeling geldt is het startpunt, niet het eindpunt. Elke regeling heeft een eigen vakje op de kwartaal- of jaaraangifte, en bij verlegging of intracommunautaire levering moet uw factuur aan specifieke eisen voldoen: de vermelding "btw verlegd", het btw-identificatienummer van de afnemer, of juist het 0%-tarief in plaats van een bedrag. Twijfelt u of uw facturen aan die eisen voldoen, lees dan de volledige factuurvereisten voor de btw. En voor de aangifte zelf, inclusief hoe u de vakjes voor verlegging, intracommunautaire prestaties of het nultarief correct invult, biedt de complete gids voor de btw-aangifte het overzicht per vakje. Begin bij de tabel en de lijst hierboven om te bepalen welke regeling bij uw situatie past, en gebruik die twee pagina's om de aangifte zelf foutloos te krijgen.

Veelgestelde Vragen

Wat is het verschil tussen de margeregeling en de kleineondernemersregeling?
De margeregeling bepaalt waarover u btw berekent: alleen over de winstmarge bij tweedehands goederen. De kleineondernemersregeling (KOR) bepaalt of u überhaupt btw moet rekenen, namelijk niet zolang uw jaaromzet tot en met €20.000 blijft. Een handelaar in tweedehands fietsen kan met beide te maken krijgen: blijft de omzet onder de KOR-grens, dan geldt er geen btw-plicht; komt die omzet daarboven, dan is op de tweedehands voorraad de margeregeling relevant.
Moet ik me apart aanmelden voor een bijzondere btw-regeling?
Dat verschilt per regeling. De margeregeling, de verlegging, het nultarief bij export en intracommunautaire leveringen past u toe via uw facturering en aangifte, zonder apart aanmeldformulier. Voor de kleineondernemersregeling en voor de One Stop Shop-regeling meldt u zich wel vooraf aan bij de Belastingdienst.
Wat gebeurt er als ik achteraf de verkeerde regeling heb toegepast?
U corrigeert dat via suppletie: bij een verschil tot €1.000 verwerkt u dat in de volgende aangifte, bij een groter verschil dient u het suppletieformulier in. Meldt u de fout niet, dan loopt u het risico op een naheffing en, afhankelijk van de situatie, een boete.
Telt mijn omzet in het buitenland mee voor de kleineondernemersregeling?
De KOR geldt voor in Nederland gevestigde ondernemers en hun Nederlandse omzet. Voor wie ook in andere EU-landen omzet behaalt, bestaat sinds 2025 de EU-KOR: een aparte aanmelding waarmee de vrijstelling ook voor grensoverschrijdende omzet kan gelden.
Hoe bereken ik of ik onder de OSS-drempel van €10.000 blijf?
De drempel van €10.000 is de optelsom van al uw intracommunautaire afstandsverkopen aan particulieren én uw digitale B2C-diensten in alle andere EU-landen samen, gemeten over het lopende en het voorgaande kalenderjaar. Blijft u daaronder, dan mag u in veel gevallen nog Nederlandse btw rekenen; komt u daarboven, dan geldt de btw van het land van de klant, af te dragen via OSS of via lokale registraties.
Moet ik bij elke intracommunautaire levering een ICP-opgaaf indienen?
Ja. Zodra u het 0%-tarief toepast op een levering aan een btw-ondernemer in een ander EU-land, moet u die levering ook melden in de verplichte kwartaal-opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP), los van de gewone btw-aangifte.
Binnen welke termijn moet ik een fout in mijn btw-aangifte melden?
Sinds 1 januari 2025 geldt dat u een ontdekte fout binnen acht weken na het moment van ontdekken moet melden bij de Belastingdienst, niet acht weken na de oorspronkelijke aangifte. Dient u de correctie bovendien voor 1 april van het volgende jaar in, dan rekent de Belastingdienst over het verschil doorgaans geen belastingrente.
Geldt de btw-vrijstelling voor onderwijs ook voor losse trainingen van een zzp'er?
Alleen als de training onder wettelijk erkend onderwijs valt of wordt gegeven door een erkende onderwijsinstelling, bijvoorbeeld een opleiding die in het Crebo of CROHO staat ingeschreven. Een losse, niet-erkende training of workshop van een zelfstandige trainer valt in de regel niet onder deze vrijstelling en blijft gewoon belast.

Handige online rekenmachines