Kort antwoord: de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) is een vrijstelling in de schenk- en erfbelasting voor wie een onderneming overneemt via schenking of erfenis. De regeling geldt alleen voor echt ondernemingsvermogen, niet voor beleggingen of overtollige kas, en is gebonden aan een bezitseis, een voortzettingseis en (bij schenking) een leeftijdseis. Het exacte vrijstellingspercentage en het bedrag waarop dat percentage slaat, vind je op belastingdienst.nl — die cijfers wijzigen vaker dan je zou denken, dus wij noemen ze hier bewust niet.
Waarom bestaat die regeling eigenlijk? Zonder BOR zou een zoon of dochter die de zaak van hun ouders overneemt, in één keer erf- of schenkbelasting moeten betalen over de waarde van het bedrijf. Bij een gezonde onderneming met weinig liquide middelen betekent dat vaak: geld lenen, een deel verkopen, of het bedrijf alsnog moeten sluiten om de fiscus te betalen. De BOR voorkomt dat continuïteitsprobleem, maar alleen voor wie aan drie harde voorwaarden voldoet.
Voor wie is de bedrijfsopvolgingsregeling bedoeld?
De BOR geldt voor ondernemers die hun zaak schenken of voor erfgenamen die een onderneming nalaten krijgen. Dat kan een eenmanszaak zijn, een vennootschap onder firma, of aandelen in een bv waarin de erflater of schenker een aanmerkelijk belang had — denk aan een dga die de aandelen van zijn bv overdraagt aan een kind dat al jaren meewerkt in de zaak. Particulieren die simpelweg geld of een woning erven, hebben niets aan deze regeling; daarvoor gelden de gewone vrijstellingen die beschreven staan in ons overzicht van de schenkbelasting vrijstelling.
De drie voorwaarden: bezitseis, voortzettingseis en leeftijdseis
Drie eisen bepalen of je de BOR mag toepassen. Mis je er één, dan val je terug op het normale tarief in de erf- of schenkbelasting over de volledige waarde.
| Voorwaarde | Bij schenking | Bij erfenis |
|---|---|---|
| Bezitseis | Schenker was minstens 5 jaar eigenaar van het bedrijf | Erflater was minstens 1 jaar eigenaar van het bedrijf |
| Voortzettingseis | Verkrijger zet de onderneming minstens 3 jaar voort (sinds 1 januari 2025) | Verkrijger zet de onderneming minstens 3 jaar voort (sinds 1 januari 2025) |
| Leeftijdseis | Verkrijger moet minstens 21 jaar zijn | Geen minimumleeftijd |
Bezitseis: hoe lang moet de vorige eigenaar het bedrijf al hebben?
Bij een schenking moet de schenker het bedrijf al minimaal vijf jaar in eigendom hebben. Bij een erfenis volstaat één jaar eigendom door de erflater. Dat verschil is niet willekeurig: de wetgever wil voorkomen dat iemand kort voor een schenking snel nog een bedrijf koopt of opricht om zo de BOR te kunnen benutten, terwijl bij overlijden niemand het moment zelf kiest.
Voortzettingseis: recent verkort van vijf naar drie jaar
Hier zit de belangrijkste wijziging van de laatste jaren. Tot en met 31 december 2024 moest de verkrijger de onderneming nog vijf jaar voortzetten om de vrijstelling definitief te behouden. Sinds 1 januari 2025 is die periode verkort tot drie jaar. Stop je eerder — bijvoorbeeld door het bedrijf te verkopen of de activiteiten te staken — dan wordt de vrijstelling (deels) terugbetaald naar de resterende periode. Let op: voor verkrijgingen van vóór 2025 geldt nog de oude termijn van vijf jaar, dus de precieze ingangsdatum van je schenking of overlijden is bepalend voor welke regel op jou van toepassing is.
Leeftijdseis: alleen relevant bij schenking
Wil je de BOR toepassen bij een schenking, dan moet de verkrijger op het moment van de schenking minstens 21 jaar zijn. Deze leeftijdsgrens geldt niet bij een erfenis — een minderjarig kind kan dus wel via vererving een onderneming met BOR-vrijstelling krijgen, maar niet via een schenking vóór zijn of haar 21e verjaardag.
Welk vermogen telt mee? Niet alles in de bv is "ondernemingsvermogen"
Dit is waar veel bedrijfsopvolgingen in de praktijk misgaan. De BOR geldt uitsluitend voor kwalificerend ondernemingsvermogen: het vermogen dat daadwerkelijk wordt gebruikt binnen de actieve, lopende onderneming. Alles wat als beleggingsvermogen wordt aangemerkt, valt buiten de regeling — ook als het op dezelfde balans van de bv staat.
Concreet tellen de volgende posten doorgaans niet mee:
- Effecten, obligaties en andere beleggingen die los staan van de bedrijfsactiviteit
- Overtollige liquide middelen: kas en banktegoeden die ruim boven de werkkapitaalbehoefte van het bedrijf uitkomen en niet aantoonbaar bestemd zijn voor een concrete investering
- Vastgoed dat wordt verhuurd aan derden — sinds 1 januari 2024 geldt dit standaard als beleggingsvastgoed en dus buiten de BOR, een regel die een einde moest maken aan langlopende discussies met de Belastingdienst over de kwalificatie van verhuurd vastgoed
Sinds 2025 is daarnaast de zogeheten doelmatigheidsmarge afgeschaft: vroeger mocht een bv een klein deel beleggingsvermogen "meeliften" als ondernemingsvermogen, puur om kleine praktische afwijkingen op te vangen. Die marge bestaat niet meer, wat betekent dat beleggingsvermogen nu voor zijn volledige waarde buiten de vrijstelling valt. Heb je een bv met een aanzienlijke kaspositie of een verhuurd bedrijfspand erbij, dan loont het om ruim vóór de overdracht te laten uitrekenen welk deel van de balans eigenlijk kwalificeert — anders val je van een koude kermis thuis op het moment dat de aangifte wordt beoordeeld.
BOR en de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting
De bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting staat niet op zichzelf. Draagt een ondernemer zijn onderneming over, dan speelt in de inkomstenbelasting vaak ook de doorschuifregeling een rol: die voorkomt dat er direct moet worden afgerekend over de fiscale winstreserves bij overdracht. Beide regelingen kennen dezelfde leeftijdsgrens van 21 jaar voor de verkrijger bij een schenking. Ga je dus een bedrijf schenken aan een meewerkend kind, dan toets je op twee fronten tegelijk: in de schenkbelasting voor de BOR, en in de inkomstenbelasting voor de doorschuifregeling.
Een voorbeeld maakt het concreet. Schenk je je onderneming op 1 juni 2026 aan je zoon van 24, dan moet hij de zaak minstens tot 1 juni 2029 voortzetten om de volledige vrijstelling te behouden — de voortzettingseis van drie jaar telt vanaf de datum van de schenking, niet vanaf het begin van het kalenderjaar. Stopt hij op 1 januari 2028, dan heeft hij ruim anderhalf jaar van de drie jaar gehaald en wordt de vrijstelling naar verhouding van de resterende periode teruggenomen.
Hoeveel belasting bespaart de BOR precies?
De BOR werkt met een gedeeltelijke vrijstelling tot een bepaald vrijstellingsplafond, en een verminderde vrijstelling voor het deel van de ondernemingswaarde dat boven dat plafond uitkomt. Hoe hoog dat plafond exact is en welk percentage voor welk deel geldt, verandert met enige regelmaat — de bedragen en percentages zijn de afgelopen jaren meerdere keren aangepast. Om die reden geven wij hier bewust geen concreet getal: raadpleeg voor de actuele percentages en het vrijstellingsplafond altijd de officiële pagina van de Belastingdienst, of laat een notaris of belastingadviseur de actuele cijfers toepassen op jouw situatie.
Hoe vraag je de BOR aan?
De BOR is geen apart formulier dat je los indient. Je claimt de vrijstelling in de aangifte schenkbelasting of erfbelasting zelf, door de waarde van het ondernemingsvermogen en de vrijstelling daarin te verwerken. Bij een erfenis loopt dat via de aangifte erfbelasting die de erfgenamen (vaak via de executeur of notaris) indienen; hoe die aangifte precies in elkaar zit, leggen we uit in ons stuk over de erfbelasting aangifte. Een onjuiste of te late aangifte kan de vrijstelling in gevaar brengen, dus reken niet te laat.
Twijfel je of een schenking of erfenis binnen de BOR past, of wil je weten hoeveel belasting je zonder en met de regeling verschuldigd zou zijn? Gebruik dan onze rekentool in erfbelasting berekenen om een eerste inschatting te maken voordat je de stap naar een adviseur zet.
BOR combineren met andere vrijstellingen
De BOR staat los van de gewone, jaarlijkse vrijstellingen in de schenkbelasting. Schenk je naast de aandelen ook nog een geldbedrag aan je kind, dan kan dat bedrag onder de reguliere vrijstelling vallen die we toelichten in schenkbelasting vrijstelling. Beide regelingen hebben eigen voorwaarden en eigen aangifteverplichtingen, dus behandel ze niet als één pot geld.
Wat als je niet aan de voorwaarden voldoet?
Voldoe je niet aan de bezitseis, dan is er simpelweg geen BOR mogelijk op het moment van de schenking of erfenis — dat valt niet te repareren achteraf. Mis je de voortzettingseis ná de overdracht, dan wordt de eerder toegekende vrijstelling teruggedraaid voor het deel van de termijn dat je niet hebt volgemaakt, en moet je alsnog erf- of schenkbelasting betalen over dat deel, vermeerderd met rente. Het is dus geen kwestie van "aanvragen en vergeten"; de Belastingdienst kan jaren later nog toetsen of je de onderneming daadwerkelijk bent blijven voortzetten.